Klei werk

De tweede poging om een betere waxinelichtje’s overkapobject te maken is mooi gelukt. Na een week kwam het heel uit het plastic en kon ik het plastic, dat er voor moest zorgen, dat het porselein niet aan de bolle vorm bleef kleven of in de plooien droogde, los halen.

Er zijn nog meer gaatjes, waar het licht door gaat schijnen, in gemaakt. Maar daar heb ik nog geen foto van. Nu ligt het compleet te drogen.

De ‘love birds’ zijn met het gekleurde slip in twee pinguïns veranderd. Vrienden hadden het niet over de love birds maar over de pinguïns. Met rood, oranje en zwart zijn de kenmerkende kleuren aangebracht.

De twee koppen zitten los. Om die ook te kunnen bakken mogen de bolletjes niet mat glanzend glazuur geglazuurd worden, anders bakken ze vast aan de lijven. Tijdens de tweede bak procedure mogen de geglazuurde delen van de koppen elkaar dus ook niet raken. Ze moeten dan zo gedraaid worden dat ze vrij staan.

Foutje… maar gelukkig niet alles.

Helaas is het drogen van de porseleinen waxinelichtjes houder mislukt. Ik heb de doek eronder niet gecontroleerd en toen is de stof tussen het porselein gekomen. Het porselein is hard geworden en niet meer zonder te breken van de lap los te maken.

Hier zie je de stof onder het model zitten.

Dit was er na de bevrijding van de lap over. Het is in de bak met rest porselein gegooid en ik heb een nieuwe gemaakt. Nauwlettend de lap er onder los gemaakt en later vervangen door plastic. Hopelijk gaat dat goed!

De vierkantjes zijn bijna klaar. Nog 14 nieuwe en die lap is af.

Over zeven weken zijn de vierkantjes allemaal gemaakt!

Op de SAL, The Fruit of Plenty, zijn nu negen delen geborduurd. Iedere maand een deel, dus tot en met september is klaar.

De initialen van mijn vrouw en van mij, de L en G, zijn er bij geborduurd. Als de lap klaar is, dan zijn Loes en ik precies 50 jaar getrouwd, daarom staan onze initialen er op.

September werk.

Tijdens de zoner heb ik de vierkantjes bij gehouden en verder aan de SAL gewerkt.

Het huis verschilt van het oorspronkelijke patroon. Ik heb het wat op ons eigen huis laten lijken door de beneden ramen te vergroten en de deur onderaan dicht te maken. Ons huis is breder en de ramen hebben luiken, maar dat past niet in de achthoek. We hebben wel twee schoorstenen!

De pottenbak avonden zijn weer gestart. Ik ben heel blij met de “love birds” die gebakken zijn. Zo in het wit vind ik ze al prachtig.

Alles is prima gelukt en niets ging kapot bij het bakken. De beide koppen kunnen eraf, waardoor het een vreemd soort vaas wordt. Ik vermoed dat ze er gewoon op blijven zitten.

Ik ben hard aan het denken hoe ik ze ga glazuren. Welke kleuren? Zwart en wit met oranje snavels, zoals echte pinguïns? Of meer als twee futen? Ik ben er nog niet uit.

Het volgende project is een soort lampenkap waaronder een waxinelichtje het licht door laat schijnen.

Het is gemaakt van porselein, wat heel snel droogt en korrelig wordt. Mollie, de lerares, adviseerde om een vochtige spons bij de hand te houden, zodat je je handen vochtig houdt en daardoor beter met het porselein kunt werken. Het lijkt op een grappig hoedje. Ik denk dat het licht mooi door de gaatjes kan schijnen. Ik ben benieuwd hoe het zich houdt bij het bakken.

Zomerwerk

Er zijn inmiddels al 76 geborduurde vierkantjes. Allemaal verschillend. Janita Mantel heeft er 100 ontworpen dus nu nog 24 te gaan.

Je kunt op de foto zien waar het volgende licht rode 4kantje gaat komen: links beneden. Twaalf weken dan ik het project af!

De prachtige SAL van Jacob de Graaf is ook al over de helft af! De letter L staat voor mijn vrouws naam Loes. Aan de rechterkant komt volgende maand mijn letter: G. Nu ben ik bezig met een huis centraal in het midden.

Het is vakantie bij het boetseren. De laatste opdracht was geen eenvoudige: Maak een paar objecten, waarbij de vormen bij elkaar of in elkaar passen. Ze moeten duidelijk bij elkaar horen. Op foto’s van werkstukken met dit thema zag je flessen, spiralen, puzzelstukken en vormen. Mijn gedachten gingen meteen uit naar twee futen in het parings ritueel.

Toen begon het opbouwen van de twee lichamen. Met een deegroller maakte ik een stuk klei eerst vlak en sneed er een bodem uit. Met repen klei “plakte” ik ze op de bodem. Vervolgens bouw je de rest op.

Er werden vleugels aan bevestigd en de staart werd versierd met bolletjes en een veer structuur.

In de leer droge klei kun je makkelijk het oppervlak glad schrapen, zodat het er niet meer zo hobbelig en bobbelig uit ziet.

Aan de hals maakte ik veren en bolletjes. De koppen werden los gemaakt en ze passen in de twee openingen van de halzen.

In de vakantie zijn ze compleet aan het drogen en worden ze gebakken. Dan begint het meest spannende onderdeel: het glazuren. Altijd moeilijk omdat je niet weet hoe het glazuur uitpakt na het bakken.

Dit is het resultaat na het glazuur bakken van het vogelbadje.

Ik geloof dat mijn visitekaartje van de kleiwerken de bolletjes met een gaatje erin is.

Stoppen?

Al een tijdje vraag ik me af of het nog wel zin heeft om met deze blog door te gaan. Er wordt nauwelijks gelezen, zie ik in de statistieken en er zijn al tijden geen reacties binnen gekomen. De belangstelling is min of meer verdwenen.ik kijk if na dit artikel er wel reacties komen. Zo niet dan stop ik geen energie meer in deze blog en stop definitief.

Natuurlijk stop ik niet met mijn borduren, quilten, tekenen en kleiwerk. De Keltische lap ligt even te rusten tot ik bedacht heb hoe ik verder wil. Ondertussen maak ik elke week twee vierkantjes, die via de Facebook groep “landenranden” worden gegeven. iedere woensdag verschijnen er twee nieuwe vierkantjes. Er komen er honderd! Ik heb gekozen voor de kleuren DMC 321, helder rood en DMC 815, donkerrood.

In januari ben ik ook begonnen aan een SAL van Jacob de Graaf, die via Modern Folk Embroidery iedere eerste van de maand een deel van het patroon toestuurt. Ik heb de delen tot en met juni gemaakt en ben bezig met juli.

Hier zijn de kleuren DMC 820 donkerblauw en DMC 995 lichter blauw maar opvallend, misschien wel knallend blauw.

Tijdens de laatste lockdown in Frankrijk, kon er niet meer in de studio van Mollie Brotherton gewerkt worden. Maar ze bood een drie delige on-line cursus aan, waar iets met je totemdieren gemaakt kon worden. Dat sloeg bij mij aan en ik heb die cursus gevolgd. Qua techniek leerde ik niets nieuws. Ik ben lekker aan de gang gegaan met alle technische dingen die ik al kende en maakte een doos met aan de vier zijkanten een van mijn totemdieren: uil, arend, slang en hagedis. Op de deksel ontwaakt een beer uit zijn winterslaap.

Nu moet ik beslissen hoe ik het wil glazuren. Welke kleuren ik zal nemen of alleen mat glanzend?

Ondertussen ishet boetseren weer in de studio van Mollie begonnen en ben ik een vriendschapsobject begonnen. Het worden twee fantasie vogels, die als twee futen baltsen met de halzen om elkaar heen. Ik ben benieuwd hoedat uit gaat pakken!

Borduursels

De Keltische lap heeft er twee draakjes bij gekregen. Ze kijken in de richting van de adelaar. Het Keltische vlechtwerk omringt hen.

Tussendoor heb ik nog wat theedoeken geborduurd met kerstversiersels. Een kransje.

Omdat deze theedoek niet gelijk geweven is, moest ik het aanpassen, zodat het rond werd en geen ovaal.

Dit motief vond ik op een papieren servetje en dat is op een theedoek geborduurd met wat eigen variaties.

Op een Franse antiek linnen theedoek borduurde ik het vogeltje van een freebie.

Terwijl ik bezig was om het takje in de bek van het vogeltje te borduren, zag ik, dat het niet klopte. Het takje werd veel te groot. Het moest met kruissteekjes over één draadje worden gemaakt. Uithalen en doen zoals het moest.

Nu ben ik met twee projecten bezig. De eerste is een wekelijkse SAL van Janita Mantel, waar twee vierkantjes op woensdag worden gegeven. In twee kleuren rood DMC 321 en DMC 815.

Het tweede project is ook een SAL. Het wordt een grote lap, ontworpen door Jacob de Graaf, waarvan iedere eerste van de maand een stuk gegeven wordt. ik ben begonnen met het eerste deel. Hier koos ik voor twee blauwen DMC 995 en DMC 820.

De Keltische lap ligt even te rusten tot ik een goed idee heb hoe ik verder wil gaan. Welke motieven ik er nog op wil en welke randen. Ik heb inmiddels heel veel patronen verzameld, waardoor kiezen lastig is…

Vleermuis.

Al weer lang geleden werd het thema dier gegeven en maakte ik een vleermuis. Dat was best een ingewikkeld proces. Een stuk krantenpapier moest om een plastic buis gewikkeld worden, anders plakt de klei aan het plastic vast en scheurt het als je het eraf wil halen. Aan de gemaakte klei- koker bevestigde ik een kop met oren en al, voeten werden aan gebracht en het lijf kreeg haren. Platte stukken klei werden tot vleugels gevormd en aan het lijf geplakt.

De vleugels werden gevormd van uitgerolde kleiplakken. Om ze aan het lijf te bevestigen moesten ze op schuimplastic rusten.

Na het eerste bakproces zag ik een albino vleermuis!

Het was de bedoeling dat het niet geglazuurd wordt, maar ge-“smokefired”. De delen die niet zwart mogen worden pak je in met nog niet gedroogde klei. En dan wordt het papier gewikkeld, in een vat gelegd en stukgescheurd krantensnippers erom heen, helemaal bedekt met zaagsel en dat wordt aangestoken. Als het goed rookt, gaat er een deksel op.

Als het vuur uit is wordt het werkstuk eruit gehaald en moet het afkoelen. Daarna breek je voorzichtig de aangebrachte klei eraf en birsteld de roet eraf. Hier ging het mis! Er braken allerlei onderdelen af.

Na verschillende lijmpogingen bleef alles keurig zitten, maar toen ik het op zijn kop op hing, brak een ophang haak onder aan de vleugel en was ophangen niet meer mogelijk.

Nu heb ik een plaats gevonden waar hij op een kistje op se teap kan staan.

Smokefiring is een proces dat de klei bros houdt en daardoor makkelijk kan breken. Maar gelijmd en staand in plaats van het geplande hangen is hij heel mooi!

Vogelbad.

De opdracht luidde om in klei een vogelbad te maken. Ik rolde de klei uit tot een flinke platte cirkel en legde dat op een doek in een vorig leven gebruikte wokpan.

Omdat er misschien nooit een vogeltje een bad zou gaan nemen, maakte ik alvast één badend vogeltje. Ik versierde het verder nog met waterlelie bladeren, stippen en bolletjes.

Het werd nog een beetje voller met bladeren, stippen en bolletjes.

Het bad moest een stevige voet krijgen. Het bad had een week gedroogd en best stevig genoeg om het te keren op een schuimkussen, zodat ik de voet op de bolle onderkant kon maken. Ik wilde een losstaande voet en legde een dubbelstuk krantenpapier op de bolle kant en maakte een cylinder om een in krantenpapier gedraaide kartonnen koker. De cylinder werd op het krantenpapier gezet en toen maakte ik drie armen die het bad goed konden dragen.

Lees verder

De adelaar uit The Book of Kells.

Op de voorkant van het boekje van Co Spinhoven staat een gekleurd patroon van allerlei dieren, die ook in het Book of Kells voorkomen. De hond die door een vis in zijn staart gebeten wordt had ik al geborduurd in mijn eigen gekozen kleuren.

Toen ik de adelaar wilde maken heb ik eerst een mooie rand gevonden, waar de adelaar op staat.

Na het te hebben geborduurd ben ik met de kleuren versie van het patroon begonnen met Gutterman naai zijde.

In de prachtige uitgave door Spectrum van het Book of Kells vond ik de afbeelding van de adelaar.

Het liet duidelijk andere en meer kleuren zien dan het patroon van Celtic charted designs, maar ik was al bezig met de kleuren van het patroon.

De vleugels moest ik zelf afmaken, want die waren op het patroon niet helemaal klaar. De krulletjes eraan heb ik er spontaan bij geborduurd en toen ontdekte ik in het Book of Kells dat er aan de vleugels drie bolletjes waren getekend. Ik heb het bij de krulletjes gelaten.

Kleiwerk

Tijdens de lockdown in Frankrijk werd de pottery-class via Messenger gegeven. De klei kon je ophalen bij het atelier of werd op een of andere manier thuis bezorgd. De opdracht was: maak een familie van 2 of 3 bloempotten, die opgehangen kunnen worden.

Buiten in de hangar, lekker in de schaduw, tijdens het prachtige voorjaarsweer, ben ik begonnen de klei uit te rollen en over een cilindervormige bus te draperen.

Met allerlei losse bolletjes en plakjes klei werden de “bessen” en “blaadjes” op de ondergrond geplakt en met een prikkertje achtergrond blaadjes geprikt.

De achterkant eraan fabriceren was nog een heel gedoe voor het goed bevestigd was, maar het is gelukt.

Zo zijn er drie potten gemaakt met een gaatje in de achterkant om op te kunnen hangen. Tijdens de Messenger bespreek sessie vroeg Mollie, de lerares, of er wel in de bodem een gat zat voor het afwateren. Dat heb ik meteen aangebracht, gelukkig was de klei nog niet volledig droog.

Na het scherfbakken heb ik de potten geglazuurd met groen en blauw. Daarna heb ik alleen op de reliëf bladeren en de bolletjes een glanslaagje opgebracht. Wat op de foto heel opvallend wit gekleurd is.

Na het tweede bakproces waren de potten klaar.

Ze hangen nu opvallend aan de deur van de schuur . Er moeten alleen nog plantjes in!