Een miniatuurtje.

Zoals ik al had verteld ben ik een borduurseltje begonnen, na de Quakkenlap en de cadeautjes. Als het af was zou ik er een plaatje van laten zien. Het is zo ver:

Het is een klein geborduurd tekeningetje van een papegaai – ik dacht dat het een roofvogel zou zijn, maar tijdens het borduren kwam ik er achter dat het echt een papegaai moest wezen, met een mooi randje. Het oorspronkelijke borduurwerk is van 1804 en gemaakt door Hester van Dorn in de USA. Via internet hebben we het patroontje gekocht. De initialen heb ik veranderd in G.Q. en L.L. (Gerard Quak en Loes Lemmers).

Ik heb het geborduurd in de “tentstitch” over één draadje, waardoor het een miniatuurtje op ansichtkaart formaat werd. Het geheel meet 8,5 cm bij 12 cm.

Het borduursel krijgt door de tentstitch een veel dikkere textuur aan de achterkant. Voller en compacter dan de voorkant. Het komt doordat aan de voorkant één steekje wordt gemaakt en om de volgende steek precies onder de eerste te zetten, sla je twee draadjes over aan de achterkant. Er komt zo meer borduurdraden aan de achterkant te zitten.

Het bijzondere randje bestaat uit vlinders. Het is maar uit welke hoek je de vlinders bekijkt, of ze vliegen van beneden naar boven of andersom van boven naar beneden. Het rechter vleugeltje van de naar boven vliegende vlinder is de linker vleugel van de naar beneden vliegende. Prachtig ontworpen! De schilder-graficus Escher heeft zoiets misschien wel als een inspiratie bron gezien.

Ik ga er een mooi lijstje voor vinden, want dit miniatuurtje wil ik wel ergens hebben hangen.

 

Een verjaardagsster-blok.

Enkele patchwork-vriendinnen voelden zich “verloren” na het overlijden van Annemieke. Ze zijn ook lid van de French Fancy Flowers, maar missen de gezellige kundigheid van Annemieke en nu komen ze eens per maand bij elkaar om te borduren, te patchworken of ander handwerk te verrichten. Eerst verwennen ze elkaar met  een lunch, waar na er wordt gewerkt. Wij zijn ook gevraagd om mee te komen doen en dat doen we graag. De laatste lunch was heerlijk: eigen gemaakte pizza en lasagne en eigengemaakte teramisu  als dessert. Genieten!

Na de lunch kwam de aap uit de mouw: er wordt verwacht om een blok te maken, een nog al ingewikkeld blok. Ik heb de mallen en een papier met hoe het worden moet mee genomen en ben begonnen. Eigenlijk is het een paper piecing en dat heb ik eerst geprobeerd.

Aan de papier-zijde ziet het er goed uit. Maar…

aan de goede kant, zie je dat de stof van dit kwart van het blok verschoven is, of dat ik het te krap heb genomen, of het verkeerd heb neergelegd, kortom het is niet goed! Toen heb ik alle mallen gekopieerd, uitgesneden en op de achterkant van de stof getekend, stap voor stap alle onderdelen met de machine aan elkaar genaaid, gestreken en toen de vier kwarten aan elkaar gezet.

Het viel mee om te maken. Ik moest wel heel goed opletten, dat de punten goed op elkaar lagen en dat zie je niet best aan de verkeerde kant van de stof. Ik hield alles met spelden op zijn plaats en naaide het zo vast, dat werkte goed. Toen ik de foto bewerkte, door de zijkanten eraf te halen, zag het er nog beter uit.

Mijn toelatingsblok voor deze groep is geslaagd, vind ik.

Alleen de naam “verjaardagsster blok” begrijp ik niet helemaal. Het zou eigenlijk beter “In elkaar gedraaid vierkant en ster blok” genoemd kunnen worden, maar dat zal wel een te lange titel zijn, dus iemand heeft het voor een verjaardagsquilt gebruikt en het toen maar die naam gegeven. Ik haal  me allerlei ideeën in mijn hoofd, of te wel: ik verzin wel een verhaaltje rond dit blok.

Mijn Mandala’s in Bassoues

Als je vaker deze blog leest dan weet je waarschijnlijk wel, dat ik mandala’s teken. Dat is ruim twintig jaar geleden begonnen met een groepje mensen en wij tekenden in een cirkel en begonnen vanuit het middelpunt. Ik vond het zo fantastisch, dat ik dagelijks een mandala maakte. Eerst mooi geometrisch en symmetrisch en later veel vrijer. Ik las boeken over mandala’s en kwam tot mijn eigen conclusie, dat ik niet weg ben van de voorgetekende mandala’s waar je je eigen kleuren in mag vullen. Het werd  voor mij een tekening, die door mijn intuïtie vorm is gegeven. Van te voren weet ik nooit wat het wordt. Ik laat het gebeuren. Doordat ik een tekenopleiding heb gehad, zijn de tekeningen ook technisch goed. Ik gebruik aquarel kleurpotloden, zonder water, om de kleurovergangen beter te laten verlopen.

In mei en juni zijn vijftien mandala’s van mij te zien in de Donjon van Bassoues, ons buurdorp.

De toren is de Donjon, een bouwwerk uit de 14de eeuw gebouwd als jachttoren voor de bisschop van Auch. Nu een cultureel monument, wat duizenden toeristen trekt. Bassoues is een “bastide” dorp, een verdedigbaar dorp, verdedigbaar tegen de zwervende soldaten zonder soldij in de honderdjarige oorlog, die het land teisterden om te plunderen, vooral voedsel, want eten moest iedereen liefst elke dag. De Donjon was ook een soort wachttoren om de soldaten te zien aankomen. In deze toren op de eerste verdieping zijn de mandala’s tentoongesteld.

We mochten alleen de reeds aangebrachte haken en schroeven gebruiken en die zaten niet precies op gelijke hoogte naar ons zin, maar we moesten het er mee doen. Het is een hele hoge gotische zaal met één haardplaats en twee privaten, wc’s, een grote luxe in die tijd. Boven en rechts van de schouw hangen enkele  mandala’s.

Aan de westmuur hangen er nog meer.

De Zomerse Groene Man mandala maakt samen met het gotische kapiteel een prachtig plaatje.

In de nis hangt de Winter mandala, die ik voor mezelf hou en dus niet wil verkopen. Hij behoort tot een serie van de vier seizoenen en als een nieuw jaargetijde begint hang ik de bijpassende mandala op in ons huis, dus die serie willen we zelf houden.

In de letterlijke vensterbank hangt de papagaaienmandala, die al is verkocht.

Er tegenover hangt de mandala ” Bon Matin”. Het is altijd een goede morgen als de zon opkomt binnen een steencirkel tijdens de zomer zonnewende.

Aan de andere muren hangen de zwart wit tekeningen van Ernst Carree, één van onze beste vrienden, die prachtige zwartwit potloodtekeningen maakt van dieren en mensen.

Ik ben best trots dat de tekeningen in zo’n mooie ruimte mogen hangen en nog wel twee maanden lang. Gisteren, 5 mei, was de zeer geslaagde vernisage, waar de burgemeester van Bassoues en de burgemeester van Montesquiou een toespraakje hielden.

Nacht-quilt.

We moesten ineens naar Nederland, want mijn moeder overleed. Natuurlijk heb ik geen steek uitgevoerd aan het quiltwerk of het borduren. Ik heb de “Salon de la broderie” via een vriendin hier in de Gers af moeten zeggen.

Nu zijn we weer terug in de Gers. Het is koud. Er moest weer hout worden gezaagd om de kachels aan te maken, en aan te houden. Regenstormen maken het er niet vrolijker op. Maar het geeft tijd om aan de naaimachine te zitten en de sterren aan de grotere lap te naaien. Ik noem het inmiddels mijn “nacht quilt”, vanwege de donker blauwe sashing en achtergrond van de sterren.

Het is de bedoeling dat er een rand omheen komt van punten, maar ik weer nog niet precies wat voor een punten. Wild goose is een optie, zodat er rechthoekjes ontstaan, maar dan naast elkaar in plaats van onder elkaar, of een hele rij driehoekjes van halve vierkantjes of driehoekjes van 60 graden. Daar ga ik nog even over sudderen.

Ondertussen ben ik wel bezig met een borduurwerkje, klein maar fijn, in halve kruissteekjes of te wel tent-stitches over één draadje. Eigenwijs als ik ben, dacht ik het iets leuker te maken en dus vertelde ik me, zodat ik een heel stuk uit mag halen… Vreselijk priegelwerk! Hoe het gaat worden laat ik een volgende keer zien, eerst verder uithalen.

Sterren.

Het was deze week iets minder mooi weer en dan kan ik me zelf toestaan om in mijn werkkamer te vertoeven om aan de sterrenquilt te werken. Ik had al geprobeerd om met paper-piecing een ster te maken en dat lukte aardig alleen het midden was niet helemaal gelijk. Ik vond dat nogal storend, al hoe wel de ster wel mooi is.

Ik heb toen maar eenzelfde sterk gemaakt,  alleen niet met paper-piecing. Omdat ik niet naar een patroon heb gezocht en dus geen mallen kon gebruiken, ben ik gaan rekenenen en toen gaan snijden. Het is wonderbaarlijk goed gelukt,  al neemt het snijden veel tijd in beslag. Het in elkaar stikken ging redelijk vlot.

Eerst maakte ik de lange midden strook. Daarna de zijstukken.

Toen kon de ster in elkaar worden gezet.

Nu heb ik vier sterren klaar.

Ik zal laten zien waar ze op het sterrenkleed komen.

Quakken-lap.

Het is volbracht! De Quakkendroogdoek is klaar. Eindelijk. Ik heb er wel 10 jaar over gedaan om zover te komen. In 2002 kreeg ik van Annemieke een theedoek met enkele kleurtjes DMC om te borduren. IK ben enthousiast begonnen en er kwamen mooie randen en een tekst over de geschiedenis van mijn achternaam. daarna stuikte het hele proces. Ik wist niet wat ik verder zou gaan doen. Er kwamen toen allerlei andere projecten tussen, maar deze theedoek bleef maar aan me knagen. In de trant van: maak mij eens af,  je naam vraagt om die lap af te maken, een beetje respect voor je eigen afkomst, ga door! Pas afgelopen jaar heb ik de lap weer opgepakt en ben de voornamen van mijn voorvaderen gaan borguren. En nu is hij dan af!

Via Internet vond ik een oude kaart van Zuid-Holland waarop de polder de Quack staat vermeld en zelfs het Quacksdiep. Een deel van deze kaart heb ik geborduurd.

De open stukken heb ik nog op gevuld met een alfabet en een rijtje cijfers.

In het alfbet is in de achtergrond een letter Q geborduurd.

Ik vind het wel bijzonder dat ik er tien jaar over heb gedaan om deze theedoek af te borduren, dus heb ik de jaartallen geborduurd, met mijn naam en plaats, als een signatuur.

Al met al ben ik best trots op deze lap. Nou mag ik van mezelf iets nieuws beginnen! Ik weet nog even niet wat, misschien een miniatuurtje, of zwartwerk in blauw of rood, of een eigen ontwerp. De techniek is ook nog de vraag. Wat het wordt zien we wel, het definitieve idee komt vanzelf…

Tussendoortje klaar…

Het tussendoortje, waar ik de vorige keer over schreef is gemaakt, in elkaar gezet en van een drukknoopje voorzien.

Het was wel een beetje meer dan een tussendoortje. Het duurde langer dan ik had gedacht, wat kwam doordat de rode zijden draad op raakte. De zelfde rode kleur die ik in voorraad had, bleek een stuk dikker te zijn, wat geen gezicht was. Na lang puzzelen besloot ik in het geel een steel met bladeren te borduren met het zelfde patroontje, maar dan zonder rode bloemen.

Het klepje van het etuitje werd zo de bloem op de steel.

Het in elkaar zetten nam ook veel tijd in beslag. Ik deed het de eerste keer verkeerd, waardoor de voering met de verkeerde kant boven kwam te zitten. Uithalen ging problematisch door het los geweven linnen. De tweede keer had ik te smalle voering gesneden en de naaisteken kwamen door het geborduurde patroon. Weer uithalen. Vandaag is het gelukt.

Het andere werk waar ik aan bezig was, moest even wachten, maar daar ben ik inmiddels weer mee verder gegaan, toen het “tussendoortje” moest wachten op de afwerking. De Quakkenlap is voorzien van al de namen van mijn voorvaderen, wat begint rond het jaar 1520. Het is niet duidelijk of het het geboortejaar is van Aren of het jaar dat het geschrift over hem is gevonden. Het zag er beter uit nadat ik alle data en eventuele beroepen erbij had geborduurd.

Op de detail foto is het wapen van de dijkgraaf Jasper Arentsz te zien: een azuur veld met drie rode/zilveren vogeltjes (kwakken?) en een zilveren keper.

Verder ben ik bezig om voor de groeps-quilt van de PIM (= Patchwotk in Marciac), waar ik ook lid van ben, een block te ontwerpen en uit te voeren. Marciac is een bastide dorp waar in de zomer een veertiendaags Jazz festival wordt gehouden, wat vele mensen trekt. Wij willen een quilt maken over  Marciac. De jazz, het plein waarom heen de belangrijke huizen staan met hun arcades, de ganzen en eenden, het wapen en het landschap. Mijn deeltje gaat over de vakantiehuizen, die aan het meer van Marciac staan. Ze zijn in pastel kleuren gestuct  en weerspiegelen in het water.

Het ontwerp werd door de anderen leuk gevonden en toen ging ik aan de slag. De huizen in effen kleuren vond ik saai en daarom besloot ik stofjes met een print te nemen. De bomen doe ik in applicatie en daar ben ik nu mee bezig.

Ik ben niet helemaal tevreden over de kleuren van de huizen. Ik denk dat ik er toch andere stofjes voor ga uitzoeken. Ik beschouw dit maar als een oefenblock.

Even tussendoor…

Onze vriendin is vorig jaar voor het eerst begonnen met borduren. Kruissteken. Na een proeflapje was ze helemaal verkocht. Ze wilde meteen beginnen aan de Kerstlap, die ik net af had. Ze is zo gepassioneerd, dat ze steeds door wil borduren, wat ik volkomen herken.

“Nog even de draad op maken…”

“Eerst dit patroontje af borduren…”

Ze zag bij de Kerstlunch mijn vervaardigde cadeautje van het piepkleine speldenkussentje aan een schaartje in een schaaretuitje. Ze verzuchtte dat ze dat toch wel heel erg mooi vond. Onmiddellijk had ik haar verjaarscadeautje in mijn gedachten. Eind van de maand is ze jarig, dus begon ik een patroontje uit te zoeken in het super praktische boek van Valérie Lejeune. Honderden patronen van randen staan erin, beginnend met twee steken hoog tot over de dertig steken hoog. Maar tussendoor staan er vierkantjes om te borduren in. Eentje koos ik  uit en begon het over één draadje te borduren in de tentstitch, de halve kruissteek of petit point.

Even een vergroting zodat het duidelijker zichtbaar wordt:

Het etuitje wilde ik eens anders doen, dan ik voor de Kerstlunch van de French Fancy Flowers had gedaan. Ik maakte wel het patroontje van het kussentje, maar dan in kruissteken over twee draadjes. Ik verzon een randje van 25 steken breed, wat paste bij het vierkante patroon. Het kostte heel wat tekenen, gummen, borduren, uithalen en opnieuw tekenen, aanpassen en weer borduren.

Het randje slaagde mooi, tot ik een nieuw rolletje rode zijde van dezelfde kleur pakte, verder borduurde en ontdekte dat de draad dikker was dan de vorige en het resultaat was een groot verschil tussen de rode bloemen onderling. Geen gezicht. Uithalen en iets anders bedenken, er zat niets anders op. Dit is alles bij elkaar:

Aan de kant waar het volledige patroontje als sluiting komt, borduur ik verder alleen in het geel en laat de rode bloemen en bladeren weg. Het lijkt dan een stengel met bladeren en als het etuitje dicht is, dan lijkt het vierkantje de bloem aan de steel, hoop  ik. Als het klaar ik laat ik het resultaat zien.

Al met al is het “even tussendoor” een iets langere tijd  geworden, dan ik gedacht had. Maar ik blijf borduren een prima en gezonde verslaving vinden.

 

Sterren…

In navolging van mijn theedoek, die afgemaakt wordt -ik ben alweer een een paar namen verder- heb ik de moed gehad om uit de mand met wachtende objecten de BOM blocks te halen, die ik bijna twee jaar jaar geleden ben begonnen. Ik heb alles wat ik klaar had uitgespreid en besloot om één block met de vierkanten eraf te halen en ze tegen elkaar aan te leggen, zodat het al wat lijkt te worden.

De lengte van de twee buitenste sterren- en vierkanten rijen zijn korter dan de middelste rijen sterren. Ik zal aan de uiteinden van de twee buitenste rijen een extra strookje donkerblauw naaien, zodat het allemaal gaat passen. Eerst nieuw donkerblauwe katoenen stof aanschaffen, want wat ik gebruikt heb is al op…

Maar wat dan?

Ik fantaseerde dat ik op de vier hoeken een ster-block wilde maken. Ik zocht overal naar leuke blocks en er zijn wel erg heel veel, dus zoeken kostte veel tijd. Ik begon voor een sterblock stof te snijden te snijden en zette het (te) vlug aan elkaar. Het zag er aardig uit, maar het was niet zuiver op de punten. Het was maar een probeerseltje, dus als ik meer van deze sterren wilde maken zal ik ze overdoen en netter trachten te werken.

Op de foto lijkt het mee te vallen, maar in het echt zie ik de ongelijke punten duidelijk.

Op internet zocht ik verder naar andere sterren en bedacht, dat “paper-piecing” misschien wel leuk zou zijn, dus begon ik dapper aan het uitprinten van de papieren en sneed de stof in de juiste maten. Stap voor stap naaide ik de delen aan elkaar en op het eind had ik de “wild geese variation star” .

Niet gek voor een eerste keer  ”paper piecing” met een meer ingewikkeld patroon van een ster. Grappig is dat ik vier keer een zelfde vierkant maakte en die op het laatst aan elkaar heb genaaid. Alle punten kloppen goed, behalve het midden. Hoe dat kan weet ik niet, maar met de stof die ik heb gekozen zie je het wel! Loes’ raad was om het niet te “paper piecingen”, maar gewoon aan elkaar te zetten met in het midden één vierkant. Ik zie wel wat ik ga doen. Eerst dit even laten betijen, dan ga ik weer verder met mijn sterren-quilt.

Weer begonnen…

Grappig, dat ik in andere handwerkblogs lees, dat sommigen onder ons “goede voornemens” hebben voor 2012. UFO’s afmaken. Ik begrijp dat helemaal, want na allerlei andere werkjes, ben ik al voor de Kerst begonnen om mijn theedoek af te gaan maken. Ik ben dus niet de enige die nog onaf werk wil afmaken. Ik heb de theedoek al een keer laten zien:

Theedoek

Ik hoopte dat ik hem ooit eens af zou maken. Ik heb het opgepakt en ben er weer aan begonnen.

Het is de theedoek met een stukje familie geschiedenis. Zo heb ik al het verhaal achter de naam Quak geborduurd. Ik wist toen niet hoe ik verder zou gaan. In de loop van de jaren, bedacht ik me dat de namen van mijn voorvaderen te gebruiken waren. Ik zocht ze bijelkaar uit de stamboom. Het duurde even voor ik de juiste hoofdletters had gevonden. Ik wilde letters gebruiken, die oud lijken, die misschien rond 1500 gebruikt hadden kunnen worden. In de geschiedenis van de kalligrafie stond dat er in de Renaissance al letterschrift bestond dat wel wat weg heeft van het lettertype, dat ik al gebruik:

“…De zeer vaardige Renaissance-schrijvers ontwierpen een zeer langzaam schrijfbare ‘losse letter’ (de zogeheten Humanistische minuskel)…

null

In het boekje van Brenda Keyes’ Alphbets, Motifs & Borders, staat een mooi, eenvoudig lettertype die iets weg heeft van het humanistische minuskel en dat heb ik al gebruikt voor de kleine geschiedenis van onze naam.

In de Encyclopédie  des alphabets deel 1 ( 5 tijdschriften vol met allerlei alphabetten) vond ik een mooie krullerige serie hoofdletters:

Ik hoef de letters na de U niet te gebruiken – er zijn geen Victors, Willemen, Ysbrandts of Zacheriassen in mijn familie- en hoef ze dan ook niet te scannen en aan elkaar te plakken, want de laatste letters staan op een volgende bladzijde. De oudst bekende voorvader heette: Aren Jansz. in de Quack. Er zijn geschriften over hem gevonden en het jaar is ongeveer 1520.

Aren en Bouwen zijn aparte namen voor mij, want ik had ze nog nooit gehoord. In de tachtiger jaren had ik de gegevens van Jasper Arentsz. Quack (ca. 1640) en zijn nakomelingen gekregen en via internet kwam ik achter nog oudere voorvaderen. De voornamen van mijn voorvaderen wilde ik op deze theedoek borduren.

Ik blijf het jammer vinden, dat de ‘c’ uit onze achternaam is verdwenen, zo ongeveer in 1695. De naam waar ik nu mee bezig ben, krijgt de ‘c’-loze achternaam: Quak erachter geborduurd. De verdere namen hebben allemaal de achternaam Quak, wat ik maar één keer zal borduren.